RES Arnhem Nijmegen

RES in Arnhem Nijmegen is er een voor en door de regio

De Regio Arnhem Nijmegen publiceerde op 5 juni haar concept van de Regionale Energie Strategie (RES), net zoals 29 andere Nederlandse regio’s dat in die periode deden. De coronacrisis maakte de omstandigheden moeilijk, maar procesregisseur Eva de Ruiter is trots op het proces en het resultaat.

Eva de Ruiter

Procesregisseur Eva de Ruiter

De RES is onderdeel van het landelijke klimaatakkoord. De Nederlandse overheid wil er met dertig regionale strategieën rondom het opwekken van grootschalige duurzame energie en de warmtetransitie voor zorgen dat de klimaataanpak op regionaal niveau wordt uitgevoerd in plaats van landelijk wordt opgedrongen. De regio’s hebben niet het doel om nieuwe projecten op te zetten. “Die taak blijft gewoon bij de gemeenten liggen”, zegt Eva de Ruiter, de procesregisseur van de RES in de regio Arnhem – Nijmegen. “Wij onderzoeken de mogelijkheden op regioniveau, bundelen de lokale verkenningen, voeren gesprekken met bestuurders en stakeholders en proberen te inspireren en zo nodig te faciliteren richting gemeenten.”

Soms ging het heel soepel, soms was het wat harder werken.

Tot begin juni werd er gewerkt aan het conceptbod. Dat was geen makkelijke opdracht. De Ruiter vertelt dat er in totaal meer dan vijfhonderd partijen bij het traject zijn betrokken. Allereerst 450 stakeholders, waaronder energiecoöperaties, ondernemers, land- en tuinbouworganisaties, wijkplatformen, maar ook individuele burgers. En daarnaast zestien gemeenten, drie waterschappen en de provincie, waarbij bij die organisaties zowel het ambtelijk als het bestuurlijk niveau goed meegenomen moet worden in het proces. “Samenwerken is altijd ingewikkeld en dat geldt helemaal als het om zoveel partijen gaat”, zegt ze. “Soms ging het heel soepel, soms was het wat harder werken.”

Door de coronacrisis werd alles nog een stuk complexer. “Gelukkig hadden we, toen de eerste maatregelen van kracht werden, al veel grote fysieke bijeenkomsten achter de rug. Toen dat niet meer kon, hebben we heel snel geschakeld en is het gelukt om digitaal met de juiste faciliteiten interactieve bijeenkomsten te organiseren, zelfs met 120 deelnemers. Mede hierdoor en vooral dankzij de grote betrokkenheid van iedereen kon het ontwikkelproces zo goed mogelijk doorgaan.”

Meerwaarde

De Ruiter is onwijs trots op het concept dat in juni werd gepubliceerd. Onder meer op de 1,68 terawattuur aan duurzame energie die de regio gaat opwekken. Daarmee draagt de regio Arnhem – Nijmegen een flinke steen bij aan het totale doel: voor 2030 met de dertig regio’s via zonneparken en windmolens voor 35 terawattuur hernieuwbare energie zorgen.

Het tempo lag moordend hoog, we hebben onder lastige omstandigheden vol kunnen houden dankzij een grote groep heel betrokken mensen.

Maar ze is vooral trots op het hele proces. “Het tempo lag moordend hoog, we hebben onder lastige omstandigheden vol kunnen houden dankzij een grote groep betrokken mensen, zowel in de werkorganisatie als bij de stakeholders. Ik was onder andere heel blij met de bijdrage vanuit alle gemeenten en de constructieve samenwerking daarmee. Ook de gemeenten zonder een zogeheten zoeklocatie voor wind- of zonne-energie bleven zich betrokken opstellen en gaven aan naar manieren te blijven zoeken waarop ze toch voor meerwaarde kunnen zorgen.”

Onderscheidend

De manier waarop de regio Arnhem – Nijmegen het traject richting de concept RES heeft aangepakt is volgens De Ruiter om een aantal redenen onderscheidend. “Vooral vanwege het grote aantal stakeholders en de mate waarin zij erbij zijn betrokken. Ze hebben actief meegeschreven aan een deel van het concept. Dat maakt het resultaat extra mooi, dit is echt een concept voor en door de regio. Op die manier hebben we een grote mondiale opgave teruggebracht tot iets kleins en tastbaars. De inbreng en betrokkenheid in het proces van netbeheerder Liander was eveneens uniek, net als de nadrukkelijke koppeling van de RES met het vraagstuk warmte.”

Als het over windmolens gaat, dan is er vaak meteen veel weerstand.

Er is ruimte voor verbetering, geeft ze aan. “De verhouding tussen zonne- en windenergie slaat nu sterk door in de richting van zon. Als het over windmolens gaat, dan is er vaak meteen veel weerstand. Dat komt voor een deel voort uit onwetendheid. Als je gaat rekenen en onder meer kijkt naar de totale maatschappelijke kosten voor de aanleg, dan gaan mensen al wat meer twijfelen. Ik hoop echt dat we door gesprekken op lokaal niveau de balans tussen zon en wind meer in evenwicht kunnen brengen. We zien het als één van onze taken om de gesprekken daarover aan te blijven gaan.”

RES 1.0

De taak van de werkorganisatie zit er nog lang niet op. Tot 15 september kunnen alle gemeentelijke colleges van B&W hun wensen en bedenkingen indienen. Uiterlijk 1 oktober worden de vastgestelde concept RES’en voorgelegd aan het Nationaal Programma RES en het Planbureau voor de Leefomgeving.

Daarna gaat het vizier richting de definitieve RES, de zogeheten RES 1.0, die 1 juli 2021 klaar moet zijn. “Die willen we voor de technische doorrekening op 1 februari bij Liander hebben liggen, zodat de besluitvormende procedure bij de provincie en gemeenten op 1 maart kan starten”, geeft De Ruiter aan. In diezelfde periode tot 1 februari ontwikkelt zich de nadere vorming van de versterkingsagenda van de Regio Arnhem Nijmegen, waar de RES onderdeel van zal worden. De RES 1.0 is dus nog maar een tussenstation. “Daarna zal er gewerkt worden aan RES 2.0, RES 3.0, enzovoorts. Of dat ook, zoals nu, met een werkorganisatie gaat is de vraag, maar het hele proces blijft natuurlijk gewoon doorgaan tot de energietransitie geheel vorm heeft gekregen.”

Meer over Energy

Dit artikel delen

FacebookTwitterEmailLinkedInWhatsApp
FacebookTwitterEmailLinkedInWhatsApp