31 oktober 2019 - Geschreven door: Drs. Rosalinde van Ruth, managing director & Clinical Psychologist neuroCare Group

Geestelijke gezondheidszorg in 2019: Hoe zit het met innovatie?

Een internist die dertig jaar geleden met pensioen ging, zou hard moeten studeren om vandaag weer aan het werk te gaan. Als hij zijn patiënten nog steeds op dezelfde manier zou behandelen als dertig jaar geleden, zou hij in een mum van tijd in de problemen komen. Een psychiater of psycholoog zou minder moeite hebben om patiënten vandaag de dag weer te behandelen: de behandelingen die nu beschikbaar zijn voor psychische problemen zijn vrijwel hetzelfde als in de jaren tachtig.

Hoe zit het bijvoorbeeld met ADHD? Een Nijmeegse onderzoeksgroep suggereert dat iemand met ADHD niet lijdt aan concentratieproblemen, impulsiviteit en rusteloosheid omdat hij ADHD heeft, maar andersom: we zeggen dat iemand ADHD heeft omdat hij lijdt aan concentratieproblemen, impulsiviteit, slaapproblemen en rusteloosheid. ADHD is de naam die we aan deze verzameling klachten hebben gegeven, het is niet de oorzaak van die klachten. ADHD is het topje van de ijsberg, niet de ijsberg zelf.

Op zich niets nieuws misschien, maar wat als er helemaal geen ijsberg is!? Wat als de klachten die wij ADHD noemen niet per se een diepere oorzaak nodig hebben om te bestaan, maar ze elkaar veroorzaken? De onderzoeksgroep suggereert dat de ene klacht de andere veroorzaakt, die op zijn beurt weer een andere klacht veroorzaakt. Bij ADHD spelen bijvoorbeeld slaapproblemen een centrale rol: slaapproblemen maken geen deel uit van de officiële kenmerken van ADHD, maar het is al langer bekend dat het overgrote deel van de mensen met ADHD aan slaapproblemen lijdt. Zo heeft ongeveer zeventig procent van de kinderen en volwassenen met ADHD moeite om ’s avonds in slaap te vallen en om ’s morgens op gang te komen. Andere mensen met ADHD hebben tijdens hun slaap subtiele ademhalingsproblemen of rusteloze benen. Wat gebeurt er als je ’s nachts slecht slaapt? Precies: Moeite met concentreren overdag, moeite om zich dingen te herinneren en verminderde impulscontrole. Elke ouder weet wat er met kinderen gebeurt als ze moe zijn: ze worden hyperactief. Precies de combinatie van symptomen die als ‘ADHD’ worden bestempeld. Dit verklaart ook waarom ADHD-medicijnen zoals Ritalin bij veel mensen met ADHD een kalmerend effect hebben, terwijl deze medicijnen een stimulerend effect hebben op andere mensen: ze maken de slaperige hersenen van mensen met ADHD een tijdje wakker.

Een slaperig brein wakker maken met medicijnen kan prima werken, maar het is in feite symptoomcontrole. Neurofeedback is een relatief nieuwe methode, waarvan de onderzoeksgroep denkt dat het een meer duurzame behandeling is voor slaapproblemen en de klachten die als ‘ADHD’ worden bestempeld.  Dus niet alleen symptoomcontrole maar een meer structurele aanpak. Bij neurofeedback krijgen de hersenen feedback op wat ze doen waardoor er een leerproces plaatsvindt. Elektroden die op de huid geplaatst worden meten de hersenactiviteit die op een beeldscherm zichtbaar is. De hersenen worden beloond voor het vertonen van bepaalde hersenactiviteit door directe visuele en auditieve feedback waardoor je hersenen leren wat de gewenste hersenactiviteit is. De hersenen passen zich door dit leerproces aan waardoor de slaap positief beïnvloed wordt en er vaak een afname van ADHD klachten optreedt. Bovendien kan tegenwoordig via een analyse van de hersenactiviteit een op maat gemaakte en geïndividualiseerde behandeling ontworpen worden, precies afgestemd op je eigen brein. Ieder brein en ieder mens is namelijk anders. Het is dan ook niet meer dan logisch om te kijken naar het individu, zeker wanneer we bedenken dat de klachten die we ‘ADHD’ noemen vermoedelijk in interactie staan met elkaar, de biologie, het gedrag en de persoon. Dat is pas innovatie!

Deze blog delen

FacebookTwitterEmailLinkedInWhatsApp